Te warm, te veel alcohol – maar corrigeren kost karakter (én geld)
door Reinier Broeks, redactie
Lezersvraag:
‘Als alcoholpercentages boven 14,5% onwenselijk zijn door klimaatverandering, waarom halen producenten er dan niet gewoon een paar procent uit?’

Het klinkt logisch. Te warm → te veel suiker → te veel alcohol. Dus: haal er 1 à 2 procent af en het probleem is opgelost. Technisch kan dat. Maar zo simpel is het niet.
Ja, het kan — maar het kost wel wat
Er bestaan technieken zoals omgekeerde osmose en de zogenaamde spinning cone column. Daarmee kan een deel van de alcohol worden verwijderd, terwijl aroma’s grotendeels behouden blijven. Dat gebeurt ook, vooral in Australië en Californië. Binnen de EU is beperkte correctie toegestaan, mits je binnen bepaalde marges blijft.
Maar deze technieken zijn duur. De apparatuur vraagt een forse investering, en kleinere producenten laten de wijn meestal extern behandelen – wat ook niet gratis is. Die kosten worden doorberekend, of vreten aan de marge. Voor een goedkope supermarktwijn is dat nauwelijks haalbaar. Voor een prestigieuze fles ligt de afweging anders, maar dan speelt imago een rol: wil je als topproducent je wijn technisch laten corrigeren?
Alcohol is geen losse component
Wijn is geen wodka met smaakje. Alcohol beïnvloedt het mondgevoel, de viscositeit, de zoetindruk en het vermogen om aroma’s te dragen. Haal je 1–2% weg, dan verandert de balans. Soms wordt een wijn frisser. Soms wordt hij dun of hoekig.
Een wijn die geoogst is op volledige fenolische rijpheid — met rijpe tannines, geconcentreerd fruit en zachte structuur — is gebouwd op een bepaald alcoholniveau. Trek je daar kunstmatig aan, dan verandert het fundament. Technologie dicteert dan de stijl, niet de wijnmaker.
Het echte probleem zit in de wijngaard
Hoge alcohol komt niet alleen door warmte, maar ook door late oogst, consumentenvraag naar volle rijpe stijlen, en concentratie in de kelder. Klimaat is de katalysator, maar stijlkeuze is minstens zo bepalend geweest. De afgelopen twintig jaar hebben we wijnen geprezen om hun concentratie, extractie en rijpheid. Alcohol was geen probleem zolang het verpakt zat in luxe.
Pas nu de cijfers boven de 14,5% uitkomen, wordt het ongemakkelijk. Markt en klimaat hebben elkaar decennialang versterkt. Parkerpunten, krachtige Napa Cabernets, Amarone-achtige intensiteit; dat was de norm. We roepen graag dat we droge wijnen willen, maar belonen in de praktijk rondheid en zoetindruk.
Alcohol verlagen achteraf is symptoombestrijding. De structurele aanpak zit in vroeger oogsten, meer schaduw in het bladerdak, andere klonen, hogere ligging en nieuwe rassen. Dat vraagt visie — en tijd. En tijd is geld. Omschakelen naar een vroegere oogst of andere druivenrassen betekent jaren van aanpassing, soms met lagere opbrengsten en onzeker marktsucces in de tussenliggende periode.
Regelgeving en identiteit
Binnen beschermde herkomstbenamingen — denk aan Châteauneuf-du-Pape of Barolo — is manipulatie bovendien beperkt. Appellaties draaien om authenticiteit. Te veel technische correctie schuurt met dat principe, en kan in botsing komen met appellatieregels.
Binnen de EU is partiële dealcoholisatie tot een paar volumeprocent toegestaan met goedgekeurde technieken; volledig gedealcoholiseerde wijnen mogen geen beschermde oorsprongsbenaming dragen.
In de praktijk gaat het meestal om reducties van circa 0,5 tot 2 volumeprocent; grotere ingrepen veranderen het wijnkarakter ingrijpend.
De vraag terug aan de consument
Veel lezers vinden 15% te veel. Maar dezelfde consumenten kopen wijnen met maximale rijpheid, donker fruit en zachte tannines. Volle rijpheid betekent suiker. Suiker betekent alcohol.
Willen we écht lichtere wijnen? Of willen we dezelfde smaakintensiteit met minder procenten op het etiket? Dat zijn twee verschillende verlangens — en zolang de markt het tweede beloont, heeft de producent weinig reden om in dure correcties te investeren.
Klimaatverandering dwingt tot herpositionering van stijl. Dat is ingewikkelder dan een paar procent uitfilteren. De werkelijke discussie gaat niet over wat er op het etiket staat — maar over welke stijl wij als drinkers blijven belonen.

