T31 05 Leden vragen

Waarom een ‘blauwe’ Pinot Gris toch een witte druif is

Als je Pinot Gris in de wijngaard ziet hangen, zou je zweren dat het een blauwe druif is: die blauwgrijze tot roze paarse schil misleidt iedereen.  Toch rekenen wijnmakers en druivenboeken hem tot de witte rassen. Dat zit zo.  

Het sap is kleurloos

Pinot Gris mag dan een gekleurde jas dragen, van binnen is hij bleek. In de pulp — het sapdragende vruchtvlees — zitten vrijwel geen kleurstoffen (anthocyanen). Bij echte blauwe druiven zitten die namelijk óók in de pulp; bij Pinot Gris alleen in de schil.  

Wél gekleurd sap: teinturier-druiven

Er bestaan druiven waarbij het sap wél van nature gekleurd is: de zogenaamde teinturiers. Bekende voorbeelden zijn Alicante Bouschet (Portugal), Dunkelfelder (Duitsland) en Saperavi (Georgië). Bij deze rassen zit het pigment niet alleen in de schil, maar ook in het vruchtvlees. Zelfs zonder schilcontact krijg je dan een diepgekleurde wijn.

Vinificatie maakt het verschil

De meeste Pinot Gris wordt wit gevinifieerd: druiven worden meteen geperst, zodat de schil amper in contact komt met het sap. Dat levert een witte wijn op, soms met een zweem van koper of uienschil (gris de gris). Alleen als de wijnmaker bewust wat schilcontact toelaat, krijg je roséachtige tinten.

Een familiekwestie

Pinot Gris is in feite een gemuteerde Pinot Noir, ontstaan door een genetische verandering die minder pigment in de schil opleverde. Er bestaan meer van dit soort ‘grijze’ druiven zoals Grenache Gris en Gewürztraminer. Ze zien er gekleurd uit, maar gelden officieel als wit.

Kortom: De Pinot Gris wordt tot de witte druiven gerekend, omdat er geen rode wijn van gemaakt kan worden. En sowieso laat je niet foppen door het uiterlijk. Bij druiven bepaalt de inhoud én de manier van wijnmaken de kleur in je glas, dus niet alleen de tint van de schil.